Mesima: welke paddenstoel is dat?

Met Mesima bedoelen we de houtzwam sanghuang, een zwam die op bomen groeit. In Japan heet sanghuang meshimakobu, en in Korea sanghwang.

Wij verkopen zelf geen Mesima.

De naam sanghuang is wel lastiger dan hij lijkt, want hij werd voor meerdere soorten gebruikt. Gelukkig zochten onderzoekers in 2012 uit welke soort de echte sanghuang is.

Eén naam, meerdere soorten

De naam sanghuang heeft twee betekenissen. Hij staat voor een groep zwammen, en ook voor één soort: de echte sanghuang, die op moerbeibomen groeit.

Volgens een onderzoek uit 2019 hoort die groep bij het geslacht Sanghuangporus. Een geslacht is een groep nauw verwante soorten, en in dit geslacht telde dat onderzoek 13 soorten.

Ook vroeger was de naam ruim: veel zwammen met een hoedvorm uit de brede groep Phellinus golden als sanghuang.

Hoe ontstonden al die namen?

De Japanse naam meshimakobu verwijst naar Meshima, een eiland in de prefectuur Nagasaki, zoiets als een provincie. Het tweede deel van de naam, kobu, betekent wrat.

Meshimakobu betekent dus ‘wratten van het eiland Meshima’. Die naam kreeg de zwam omdat hij daar vroeger geregeld voorkwam en lijkt op wratten op de stammen van moerbeibomen.

Japanse en Koreaanse paddenstoelenonderzoekers gebruikten voor de zwam een wetenschappelijke naam: Phellinus linteus of Phellinus baumii. Zo’n wetenschappelijke naam is de Latijnse naam die onderzoekers overal ter wereld gebruiken. Het eerste deel, hier Phellinus, is de naam van het geslacht.

Maar welke van de twee hoorde bij de Aziatische zwam? Eerder onderzoek concludeerde dat Phellinus linteus in tropisch Amerika en Afrika voorkomt. De zwam uit het gematigde deel van Azië zou dan Phellinus baumii zijn.

In 2012 kwam er een derde antwoord. Volgens Wu en collega’s was die conclusie maar gedeeltelijk juist.

De echte sanghuang is volgens hen een eigen soort, die nog niet beschreven was. Ze gaven hem de naam Inonotus sanghuang.

Ook die naam bleef niet de laatste. In een studie die in 2015 online verscheen, plaatsten Zhou en collega’s de Aziatische sanghuang in een nieuw geslacht: Sanghuangporus.

Bij deze zwam kun je zo drie geslachtsnamen tegenkomen: Phellinus, Inonotus en Sanghuangporus.

Hoe ziet sanghuang eruit?

Stel je een harde, bruine plank voor op de stam van een boom. Zo ziet de echte sanghuang er ongeveer uit, volgens de beschrijving van Wu en collega’s.

Wat je ziet, is het vruchtlichaam, het deel van de zwam dat buiten op de boom zit. Het heeft geen steel en gaat meerdere jaren mee.

De zwam kan tot 20 centimeter van de stam uitsteken. Hij wordt tot 35 centimeter breed en is aan de basis tot 10 centimeter dik. Als hij droog is, is hij hard als hout.

De bovenkant is geelbruin, bruin of grijsbruin, met groeven. Oude exemplaren zijn zwartbruin, en hun bovenkant is gebarsten.

De rand is citroengeel tot goudgeel bij jonge exemplaren, en geelbruin bij oude. De onderkant, met fijne gaatjes, is goudgeel of bruingeel, en geelbruin als de zwam oud is.

Waar groeit sanghuang?

Volgens het onderzoek uit 2012 groeit de echte sanghuang alleen op moerbeibomen, in China, Japan, Korea en Taiwan. Het exemplaar waarop de soort is gebaseerd, groeide op een moerbeiboom in de Chinese provincie Jilin. Datzelfde onderzoek noemt de zwam in het wild zeldzaam en bedreigd.

Het onderzoek uit 2019 noemt deze soort Sanghuangporus sanghuang. Ook volgens dat onderzoek groeit hij alleen op moerbei, in Oost-Azië.

Met Mesima bedoelen wij dus de echte sanghuang: de harde zwam van de moerbeiboom. Ook andere zwammen werden als sanghuang gezien.

Wie sanghuang zegt, noemt een naam, nog niet meteen een soort.

Bronnen

We baseren ons op deze bronnen:

  • Wu, S.-H., Dai, Y.-C., Hattori, T., Yu, T.-W., Wang, D.-M., Parmasto, E., Chang, H.-Y. & Shih, S.-Y. (2012). Species clarification for the medicinally valuable ‘sanghuang’ mushroom. Botanical Studies 53: 135-149. PDF van het artikel
  • Zhou, L.-W., Vlasák, J., Decock, C., Assefa, A., Stenlid, J., Abate, D., Wu, S.-H. & Dai, Y.-C. (2016). Global diversity and taxonomy of the Inonotus linteus complex (Hymenochaetales, Basidiomycota): Sanghuangporus gen. nov., Tropicoporus excentrodendri and T. guanacastensis gen. et spp. nov., and 17 new combinations. Fungal Diversity 77: 335-347. Online verschenen in 2015. DOI: 10.1007/s13225-015-0335-8
  • Zhu, L., Song, J., Zhou, J.-L., Si, J. & Cui, B.-K. (2019). Species Diversity, Phylogeny, Divergence Time, and Biogeography of the Genus Sanghuangporus (Basidiomycota). Frontiers in Microbiology 10: 812. DOI: 10.3389/fmicb.2019.00812. Volledige tekst bij Frontiers in Microbiology

Tekst: Redactie Vitaa.nl